Een klompvoetbehandeling kan kinderen helpen om later goed te kunnen te bewegen, maar vraagt in de eerste jaren veel van zowel het kind als de ouders. Vooral de bracefase is intensief. De brace hoort er dan bijna de hele dag bij: de eerste drie maanden 23 uur per dag en daarna tijdens het slapen, tot het kind vier jaar is.

Docent-onderzoeker Heleen Seetsen-van Schelven van Fontys Hogeschool onderzoekt hoe kinderen en hun ouders deze periode ervaren. Ook kijkt ze naar hoe de bracefase verloopt qua uitkomsten. De uitkomsten van het onderzoek zal input geven waarmee we gezinnen kunnen helpen om de behandeling beter vol te houden.

Een waardevolle behandeling, met een intensieve bracefase

Met de Ponseti-methode wordt een klompvoet stap voor stap gecorrigeerd. Een reeks gipsen brengt de voet geleidelijk in de juiste stand; daarna helpt de brace om die stand te behouden. Dat vraagt tijd en volhouden, maar de behandeling kan veel opleveren. Veel kinderen kunnen later goed bewegen, gewone schoenen dragen en lopen zonder noemenswaardige beperkingen in het dagelijks leven.

Toch krijgt een deel van de kinderen later te maken met een terugval. Een veelvoorkomende oorzaak is dat de brace niet volgens het behandelprotocol wordt gedragen. Over hoe de bracefase precies verloopt en wat het dragen van de brace voor gezinnen makkelijker of juist moeilijker maakt, is nog relatief weinig bekend. Meer inzicht kan helpen om de zorg te verbeteren en terugval te voorkomen.

De ervaringen van kinderen en ouders centraal

In haar onderzoek kijkt Heleen vanuit drie perspectieven naar het behandelproces: dat van behandelaren, ouders en kinderen. Hoe ervaren zij de bracefase? Waar lopen gezinnen tegenaan? En wat kan helpen om het dragen van de brace vol te houden?

Die vragen zijn belangrijk, want achter het behandelprotocol zit het dagelijks leven van een gezin, met vaste routines, zorgen en praktische uitdagingen. Door de ervaringen van kinderen en ouders goed mee te nemen, kan de zorg beter aansluiten bij wat gezinnen nodig hebben.

Samen werken aan betere klompvoetzorg

Heleen voert het onderzoek uit samen met het lectoraat Beweeggedrag & preventie in de zorg van Fontys Paramedisch, de afdeling kinderorthopedie van Máxima MC, Universiteit Utrecht en UMC Utrecht. Ook Stichting Klompvoet Nederland werkt mee door kinderen met een klompvoet en hun ouders uit te nodigen hun ervaringen te delen. Fontys-studenten ondersteunen het onderzoek met literatuuronderzoek, dataverzameling en analyses.

Stichting Klompvoet Nederland vindt dit een waardevol onderzoek. We weten hoe intensief de braceperiode voor kinderen én hun ouders kan zijn. Juist daarom vinden we het belangrijk dat er aandacht is voor hun ervaringen en voor wat gezinnen kan helpen om deze behandeling vol te houden. We zijn blij dat we aan het onderzoek mogen bijdragen en kijken uit naar de inzichten die het kan opleveren voor de klompvoetzorg.

Het onderzoek is al gestart. Vanaf juni 2027 ontvangt Heleen hiervoor de NWO-promotiebeurs voor leraren. De inzichten uit het onderzoek kunnen bijdragen aan strategieën die gezinnen ondersteunen tijdens de bracefase, en daarmee aan goede zorg voor kinderen met klompenvoeten.

keyboard_arrow_up